Kerkuil 
(Tyto alba)

Uilen horen bij de Strigiformes. Deze groep vogels wordt onderverdeeld in twee hoofdfamilies, Tytonidae (kerkuilen) en Strigidae ('echte uilen').

Door zijn bijzondere verenkleed en de duidelijkste hartvormige gezichtssluier van alle uilen, zul je de kerkuil niet gauw met andere soortgenoten verwarren. Hij is ongeveer 34 cm. groot, het mannetje weegt 300 gram, het vrouwtje 340 gram. De vleugelspanwijdte is 90 tot 98 cm. Uilen hebben een dik verenkleed en lijken daardoor een stuk groter dan ze eigenlijk zijn. In ons land vind je donkere roestbruine en goudbruine tot gedeeltelijk witte kerkuilen.

Oorspronkelijk is de kerkuil een bewoner van woeste rotswanden met talrijke holten (in Middellandse zee gebied leeft hij nog zo). Maar geleidelijk aan is hij steeds meer in de buurt van mensen gaan broeden, zoals op zolders van gebouwen, kerktorens en ruïnes of in een nestkast. Een nest van uilen bestaat vaak uit houtsnippers of uit elkaar gevallen braakballen. Uilen zijn zeer trouw aan hun broedplaats en gebruiken een nest vele jaren achter elkaar.

De gezichtssluier loopt van de wenkbrauwen rond de ogen naar de snavel en is een krans van kleine stijve veertjes. De haartjes vangen geluiden op en leiden dit naar de oren van de uil. Bij uilensoorten die 's nachts actief zijn, zoals de kerkuil, is de gezichtssluier beter ontwikkeld dan bij uilensoorten die overdag jagen. De oren van een uil liggen niet zoals bij mensen op één lijn, maar schuin ten opzichte van elkaar. Hierdoor kan een uil heel goed diepte en afstand bepalen.

De kerkuil jaagt 's nachts in het open terrein en hoofdzakelijk op het gehoor. Zijn menu bestaat voornamelijk uit muizen, daarnaast ook vogels en ratten.
De braakballen (gemiddeld 41 mm lang en 26 mm dik) zijn zwart van kleur, in tegenstelling tot de braakballen van andere uilen, die meestal grijsachtig van kleur zijn. De braakballen bevatten de onverteerde resten van prooidieren.
Uilen die hoofdzakelijk 's nachts jagen kunnen vliegen zonder geluid te maken. Ze hebben veel zachte donsveren en een speciale veer, die kamveer heet. Deze veer zit aan het uiteinde van de vleugel bij de voorste slagpennen. Aan de kamveer zitten kleine tandjes waardoor de wind gebroken wordt en de vleugels geen geluid maken. Het geruisloos vliegen geeft uilen een enorm voordeel bij de jacht. De meeste prooidieren horen de uilen niet aankomen en worden dus totaal verrast. Bij uilen die overdag jagen is hun kamveer minder en korter getand, zodat hun vleugels nog wel een beetje geluid maken.

De ogen van een uil zijn groot, naar voren gericht en kunnen niet bewegen in de oogkas. Als een uil wil rondkijken moet hij zijn hele kop draaien. Het gezichtsvermogen is echter behoorlijk groot door de grote beweeglijkheid van de kop. Een uil kan zijn kop maar liefst 270 graden draaien. Uilen zijn verziend (kunnen dichtbij niet goed zien), maar kunnen in tegenstelling tot wat veel mensen denken bij daglicht uitstekend zien. Bij volledige duisternis zijn zij even hulpeloos als de mens, maar dankzij de speciale bouw van hun ogen kunnen zij ook als er weinig licht is zich uitstekend oriënteren.

Een uil heeft aan iedere poot vier tenen. Twee tenen staan naar voren en één naar achteren. De vierde teen wordt een keerteen genoemd en kan naar voren en naar achteren gedraaid worden. Bij het jagen en slaan van een prooi wijzen drie tenen naar voren en één naar achteren. Als de uil op een tak zit, wijzen twee tenen naar voren en twee naar achteren.

De kerkuil is zeer gevoelig voor kou en niet in staat om in de herfst grote vetreserves aan te leggen. Als in strenge winters de sneeuw lang blijft liggen, komen veel kerkuilen om. In gunstige muizenjaren broeden ze vaak 2 maal. Ze worden in één jaar geslachtsrijp en broeden in de periode maart tot september. De paarbinding is meestal van blijvende aard. De gemiddelde leeftijd van een kerkuil is veelal minder dan 2 jaar. Grote aantallen worden het slachtoffer van het verkeer, doordat de uilen aangetrokken worden door de muizenrijke bermen langs snelwegen. Gewoonlijk worden er 4-7 zuiver witte eieren gelegd, met tussenpozen van 2 dagen per ei. Er wordt direct met broeden begonnen. Na 30 dagen komen de jongen uit, blind en doof. Na 60 dagen vliegen de jongen uit, ze worden dan nog 4 weken gevoerd.

 


Een buitenkans.
Mei j.l. kreeg ik een telefoontje van een vriend/natuurfotograaf, dat zijn oom een koppeltje kerkuilen in zijn schuur had gezien. Roel vroeg zich af of dit iets was om samen te fotograferen. Het leek mij direct een uitdaging om dit te gaan proberen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Het plan.
Een oude boerenschuur met rietenkap, waar een koppeltje kerkuilen in wonen. In de schuur een hooizolder 5m x 10m , de maten van de hele schuur zijn 25m x 16m x 12m hoog. De schuur wordt op korte termijn afgebroken, omdat hij op instorten staat. Een prachtige kans voor een natuurfotograaf.

Bij ons eerste bezoek aan de schuur hebben we gekeken naar de schijtsporen, zodat we een idee hadden op welke plaatsen de uilen zich graag ophielden. Ze zaten veel op de balken in de nok. Omdat wij ze op ooghoogte willen fotograferen, was dit geen geschikte plek. Om een opname te maken van de kerkuil moeten we zeker zijn van de plaats waar de uil gaat zitten.

Hoe pak je dat aan met flitsers? Hoeveel flitsers? Zouden we de uilen verstoren? Kunnen de flitsers schade aan de ogen van de uilen toebrengen? Om de kerkuil op een specifieke plaats te krijgen was lokken volgens ons de beste oplossing. Muizen in een grote bak laten lopen leek ons een strak plan. We hebben bij collega natuurfotografen advies gevraagd over het flitsen, de invloed van het flitsen op de ogen van een kerkuil en hoe ver je de flitsers moet opstellen. Ger van Dongen van fotozaak van der Hoff heeft ons geholpen met advies en het lenen van een flitsmeter.

Eest hebben we een test opstelling in de woonkamer gemaakt. Een knuffel van mijn zoon van ongeveer 34 cm groot neergezet (dit is ongeveer het formaat van een kerkuil). Met de knuffel hebben we uitgemeten op welke afstand we de schuiltenten in de schuur op moesten gaan zetten. De flitsers ook uitgeprobeerd, een kleine flitser met een kabel aangestuurd en een grote Metz staaf flitser op een sleaf gezet, zodat die automatisch mee flits. Met een flitsmeter de belichting gemeten. De afstand van de flitser tot het onderwerp bepaalt welk diafragma je moet nemen. De camera op M gezet, de sluitertijd op 1/60sec en het diafragma wordt met de hand ingesteld naar gelang de afstand tot het onderwerp.

Er moest ook wat licht zijn in de schuur om met de hand scherp te kunnen stellen, want autofocus werkt niet meer met zo weinig licht. Met een tijdklok en een looplamp hebben we de uilen 's nachts laten wennen aan een beetje licht.

De hooizolder was niet goed te belopen, er was gevaar dat we
er door heen zouden zakken. We hebben de zolder eerst van
wat loopplanken voorzien. Het hooi wat op de zolder lag was
al oud, waardoor bij iedere stap er een stofwolk opsteeg.
Brandgevaar was dan ook iets waar we goed voor uit moesten
kijken. Een oud verroest gietijzeren raam van 1,2m doorsnede
met een paar kapotte ruitjes en gewicht van zo'n 30 kg, moest
het aanvliegpunt worden. Sjalon stokken van 2,5 m hebben we
zo aangepast dat we de flitsers erop konden vast zetten.

Een aanhanger vol spullen hebben we naar de schuur gebracht.
Planken, bak voor de muizen, het ijzeren raam, steunen voor
het raam, de schuiltenten, platen hout om de schuiltenten op te
zetten, brandblusser, looplamp, verlengsnoeren, sjalon stokken
enz. Na een avond hadden we de opstelling klaar. Toen we
vanuit de schuiltent test opnames aan het maken waren van
een knuffel, die op het verroeste raam stond met een bak met
muizen er onder, werden we wel raar aangekeken:
" dus jullie denken dat die uil uit die bak eet??".
Nee, dat wisten we niet......
Een paar dagen later weer naar de schuur en de bak was zowaar leeg. Weer 10 muizen erin gedaan. Nu maar hopen dat het de kerkuilen zijn die de bak leeg eten.

 

Nachtelijke belevenissen.
Datum 9 juni 2005
21.00 uur opbouwen. Alle fotospullen langs een ladder naar de zolder sjouwen; flitsers opstellen, snoeren uitrollen, aanvliegpunt goed zetten, muizen in de bak zetten, proefopnames maken, looplamp aansluiten, afstand veranderen door de schuiltenten te verplaatsen, brandblusser goed zetten.
21.45 uur opstelling klaar.
22.00 uur Kerkuil komt uit nestkast, vliegt naar de dichtstbijzijnde balk en loopt heen en weer, hij kan niet goed in de bak met muizen kijken, dat was ook precies de bedoeling. Na een tijdje twijfelen en heen weer lopen, vliegt hij naar het aanvliegpunt (het oude raam) en gaat precies op de plaats zitten waar we de kerkuil hadden gepland. We hebben de afspraak gemaakt de eerste keer geen opnames te maken. We wilden het eerst wel eens zien hoe dat de uil een muis uit de bak zou halen. De kerkuil duikt na een tijdje met een harde klap in de bak, grijpt een muis en vliegt met de muis in zijn poot weg. Op zo'n moment is het genieten om zoiets van dichtbij te kunnen zien en dat alles zo is gegaan zoals we het hadden uitgedacht
.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                      
                                       
                                            
                                           
                                             Kerkuil op het raam, zoals gepland.

 

 

 

 



De tweede keer dat de uil aankomt maakt
Roel de eerste opname. De kerkuil schrikt
even en zit rond te kijken waar het "gevaar"
vandaan kwam. Na ~ 20 sec zit de uil weer
strak in de bak te kijken, door met mijn
schoen in het hooi te bewegen kijkt de kerkuil
weer naar ons. De flitsers zijn nog niet
opgeladen, we moeten nog even zijn
aandacht vasthouden zodat ook ik een
opname kan maken. Anders eet hij de bak
leeg terwijl we maar een enkele opname
hebben kunnen maken. De kerkuil zit goed
en ik kan een opname maken, even schrikt
de uil weer van het geluid van de sluiter,
maar na 10 seconden zit hij weer in de bak
met muizen te kijken. De kerkuil zit te draaien
met zijn kop om de afstand goed te kunnen
bepalen, neemt een houding aan om te gaan
duiken, nog een paar keer maken we geluid
door te schuifelen in het hooi, de kerkuil kijkt
weer.  10 Seconden na de opname duikt de
uil met een harde klap in de bak, even is het
stil, de kop van de uil komt boven de bak uit,
hij kijkt rond, vliegt op en gaat op een balk
zitten met een muis in zijn poot. De kerkuil
zit daarna even met de muis in zijn snavel
en om nu een opname te maken moet er
even gerekend/gegokt worden. Op het raam
was het F16, de uil zit nu ongeveer 3 meter
verder en niet precies in het bereik van de
flitsers, ik kies diafragma F11. Op mijn display
achter op mijn camera zie ik dat het toch
te krap belicht is, F8 zou het moeten zijn.
Nu heeft de uil de muis al ingeslikt.
De kerkuil vliegt naar het raam in de nok om
naar buiten te gaan, snel de 2x converter erop,
scherpstellen en diafragma kiezen, F5.6, een gok.
Het scherpstellen op zich is al een probleem met
het weinige licht wat er is.

 

 

 

Klik hier voor het geluid van een kerkuil






Peter de knaagdierenfokker (Rodentia) gaf ons een paar goede tips, zoals: doe in de bak een paar hamsters erbij, die kunnen het niet zo goed vinden met de muizen, waardoor er continue activiteit is.
We hebben voermuizen en wedstrijdmuizen nodig, Peter begrijpt ons goed. Voermuizen mochten wit, zwart en bont zijn. Met wedstrijdmuizen bedoelen we muizen die zoveel mogelijk een wildkleur hebben. Wanneer de uil met een muis in de snavel zou zitten zou er een zo'n natuurlijk mogelijk beeld ontstaan.








































 



Datum 23 juni 2005
Lichte schimmen zie ik achter in de schuur. Even daarna horen we een kerkuil landen, ongeveer
1,5 m. boven de schuiltent, je hoort de nagels op de balk als hij landt en zijn veren gaat uitschudden. De uil vliegt naar het aanvliegpunt, we kunnen met niets zijn aandacht trekken. Roel laat de ringtones van zijn mobiel afgaan, de kerkuil kijkt nu wel even rond en we kunnen door te wisselen van ringtones een paar opnames maken. De kerkuil probeert toch het aanvliegpunt te ontwijken, hij dribbelt op de balk net zo lang tot hij zicht heeft op de muizen in de bak. Vanaf ongeveer 5 m. afstand duikt de uil dwars in de bak met muizen.
Na een paar weken komen we op het idee om in de bak een plankje te plaatsen waar de muizen onder gaan zitten, zodat de uil de muizen wel hoort, maar niet direct kan vangen. Op de afstand waar de uil nu vanaf gaat jagen, kunnen we zijn aandacht helemaal niet trekken. Ik ga nu proberen vliegbeelden te maken, ik stel scherp ongeveer een meter voor de uil. Met de vinger op de ontspanknop, soms wel 10 minuten wachten tot de uil wegvliegt. Een moeilijk karwei, de éné keer duikt de uil direct naar beneden, de andere keer springt hij iets omhoog om dan pas de duikvlucht in te zetten. Kramp is het gevolg van het te lang geconcentreerd door de zoeker kijken
.











 

 

 

 

 

 

 






Materiaal
John:
Canon 1v met velvia 50 asa
Canon D1 markII
Canon 300mm 2.8 + 2x 1.4 converter
Metz flitser 45CT-1 + 20BC4 + agfa
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik ben tot nu toe 12 keer geweest voor de kerkuilen, heb ongeveer 250 opnames gemaakt waarvan ik er zo'n 80 overhoud. Een nachtje kerkuilen fotograferen duurde meestal van 22.00 uur tot 3.00/3.30 uur
's nachts. Gedurende deze gehele tijd waren de uilen in de schuur aanwezig. Meestal als de uilen 3 à 4 muizen op hadden gingen ze naar buiten of slapen.  Ook al zaten ze niet altijd in het bereik om te fotograferen, het zien van deze prachtige vogels is heel bijzonder. Ik vroeg me wel eens af, waarom een vogel die 's nachts vliegt zo mooi van kleur is?
Van het flitslicht trokken de uilen zich niets aan, ook het licht wat we nodig hadden om scherp te kunnen stellen deed ze niets. Kerkuilen zijn niet echt schuwe vogels. Ze zijn redelijk gewend aan menselijke activiteiten in hun omgeving. De dagen na een nachtje fotograferen zijn zwaar, maar het is de moeite zeer zeker waard. De schuur gaat waarschijnlijk in december 2005 tegen de grond, in de nieuwbouw wordt er weer ruimte voor de kerkuilen gecreëerd.





Uw reacties op deze natuurbelevenis kunt u geven via: info@natuurfoto.nu .

Met dank aan:
Wil & Mieke Bouwmeester
Tycho Bouwmeester (Rambootje)
Peter Rodentia, (Knaagdierenfokkerij, ook wedstrijdmuizen)
Ger van Dongen (Fotozaak van der Hoff)
Janus Verkerk, Natuur en Vogelwacht.
Klaas Kanis, natuurfotograaf.
Machiel Schaap, natuurfotograaf.
Rino Burgio, natuurfotograaf.

Geraadpleegde literatuur                                                            
Grzimek deel 8 vogels                                    http://www.kerkuilwerkgroep.be/nl/historiek/index.php
Lars Johnsson vogels van Europa                    http://www.uilen.org/Kerkuil/Kerkuil_landelijk_frame.html
De Bosuil Kosmos Vogelmonografieën             http://home.hetnet.nl/~fotolasser/uilen.htm

 

 

     
     

 

       Het openen van de volgende voorgaande natuurbelevenissen
       zijn PDF bestanden dit kan even duren.
 

                    Buizerd

         Noorwegen

Duitsland